|

20 best practices als je start met Azure DevOps

Azure DevOps is een set van ontwikkelingstools die door Microsoft worden aangeboden voor het ondersteunen van het gehele softwareontwikkelingsproces. Het omvat Azure Boards voor werkitembeheer, Azure Repos voor broncodebeheer, Azure Pipelines voor CI/CD, Azure Test Plans voor het beheer van testen, en Azure Artifacts voor het beheer van artefacten.

Hier zijn 20 best practices voor het werken met Azure DevOps:

Algemeen

  1. Planning en Strategie: Definieer de architectuur en de planning voorafgaand aan de implementatie om een soepele uitrol te garanderen.
  2. Betrokkenheid van Stakeholders: Zorg ervoor dat alle belanghebbenden (ontwikkelaars, beheerders, QA, producteigenaren, etc.) betrokken zijn bij het proces.

Azure Boards

  1. Gebruik Epics, Features en User Stories: Maak optimaal gebruik van de hiërarchische werkitems om het werk te organiseren.
  2. Query’s en Dashboards: Maak gebruik van query’s en dashboards voor het volgen en rapporteren van de voortgang van projecten.

Azure Repos

  1. Branch Strategie: Implementeer een effectieve branchstrategie zoals Git Flow of Feature branching.
  2. Code Reviews: Maak gebruik van pull-aanvragen voor codebeoordelingen om de kwaliteit te waarborgen.

Azure Pipelines

  1. Infrastructuur als Code: Gebruik infrastructuur als code om omgevingen te creëren en te beheren.
  2. Automatische Builds: Configureer automatische builds voor elke push naar een belangrijke branch.
  3. Automatische Tests: Integreer geautomatiseerde tests in de CI/CD-pijplijn.
  4. Omgevingspromotie: Stel meerdere omgevingen op (dev, staging, productie) en promoveer artefacten tussen hen.
  5. Parameterisatie: Maak uw pijplijnen herbruikbaar door middel van parameters.

Azure Test Plans

  1. Test Automatisering: Integreer geautomatiseerde tests voor een snellere feedbacklus.
  2. Testdata Beheer: Zorg voor een goede set van testdata voor grondig testen.

Azure Artifacts

  1. Versiebeheer: Geef uw packages en libraries versienummers om ze beter te kunnen volgen.
  2. Private Feeds: Maak gebruik van private feeds voor organisatie-specifieke artefacten.

Beveiliging

  1. Gebruik Role-Based Access Control (RBAC): Implementeer RBAC voor fijnmazige toegangscontrole.
  2. Geheimen Beheer: Gebruik Azure Key Vault of vergelijkbare diensten om geheimen veilig te beheren.

Monitoring en Logging

  1. Logging: Implementeer gedetailleerde logboekregistratie om problemen gemakkelijker te kunnen diagnosticeren.
  2. Monitoring en Alerting: Gebruik Azure Monitor en andere monitoringtools om de gezondheid van de applicatie te volgen en meldingen te ontvangen over eventuele problemen.

Documentatie

  1. Documenteer Best Practices: Documenteer best practices en procedures, zodat nieuwe teamleden gemakkelijk aan boord kunnen komen.

Similar Posts